|
Relatie onteigening en exploitatieplan (zelfrealisatie) |
|
Na de eerdere uitspraak in de zaak Hoog Dalem / Gorinchem (KB 30 mei 2011) is er weer een belangrijk KB gewezen waarbij de Kroon ingaat op de mogelijkheid tot onteigening (zelfrealisatie) in relatie tot een exploitatieplan.
De raad van de gemeente Deventer verzoekt over te gaan tot aanwijzing van een aantal onroerende zaken, waaronder gronden ten behoeve van particulier opdrachtgeverschap. Reclamant stelt zich op het standpunt dat zelfrealisatie altijd het uitgangspunt is geweest. In deze zaak konden verzoeker tot onteigening en reclamant geen overeenstemming bereiken over de voorwaarden van een posterieure exploitatieovereenkomst; onder andere met betrekking tot de grondprijs en de exploitatiebijdrage bestonden verschillende standpunten. De gemeente wenste voldoening van de exploitatiebijdrage voorafgaand aan de uitgifte van de vrije kavels, ter bekostiging van de aanleg van de infrastructuur, en reclamant stelt dat betaling afhankelijk is van het tijdstip dat een of meer vrije kavels daadwerkelijk zullen worden verkocht.
In het KB met betrekking tot Spijkvoorderenk in de gemeente Deventer overweegt de Kroon als volgt:
“Hierover merken Wij op dat blijkens de grondexploitatiewet het uitgangspunt voor het plankostenverhaal is dat deze kosten moeten worden voldaan bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Nu deze vergunning door de particuliere opdrachtgever/bouwer moet worden aangevraagd, rust er op de grondeigenaar bij zelfrealisatie door middel van uitgifte van de vrije kavels, geen verplichting om bij te dragen in de plankosten, tenzij zulks anders door partijen wordt overeengekomen. Bij gebreke aan overeenstemming zal het exploitatieplan het kader vormen waarbinnen het kostenverhaal zal plaatsvinden. Ons is gebleken dat partijen nader overleggen om uit deze impasse te komen. Naar Ons oordeel kan een gebrek aan overeenstemming over het kostenverhaal evenwel niet leiden tot de conclusie dat onteigening onontkoombaar is. Het staat naar Ons oordeel namelijk niet vast, dat de realisatie van het bestemmingsplan voor zover daarop de bestemming Wonen-3 rust, niet op andere wijze dan door onteigening te bereiken is.” |
|
Taxatie inbrengwaarde van gronden |
|
Het is belangrijk om de inbrengwaarde van gronden door een onafhankelijk deskundige te laten taxeren!

De rechtspraak met betrekking tot het taxeren van inbrengwaarde van gronden blijft zich verder ontwikkelen. Uit een recente uitspraak met betrekking tot het exploitatieplan ‘Versteeglaan’ van de gemeente De Bilt blijkt maar weer dat de Afdeling groot belang hecht aan een raming van de inbrengwaarde gebaseerd op een schriftelijk, gemotiveerd advies van een onafhankelijk deskundige (ABRvS, 5 oktober 2011, klik hier voor de uitspraak).
|
|
Lees meer...
|
|
|
Uitspraak gedoogplicht ex artikel 5.24 van de Waterwet |
|
De eerste (?) inhoudelijke beoordeling van het opleggen van een gedoogplicht op grond van artikel 5.24 Waterwet is onlangs behandeld door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam (Rb. Rotterdam, 2 november 2011, klik hier voor de uitspraak).
De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de verenigbaarheid van de gedoogplicht op grond van de Waterstaatswet 1900 en artikel 1 EP EVRM mede van toepassing is op de gedoogplicht opgelegd op grond van de Waterwet.
Gelet op het percentage (2,26%) van de totale oppervlakte van het perceel dat voor de verbreding van de watergang nodig is, heeft het waterschapsbestuur kunnen bepalen dat onteigening niet noodzakelijk is. De stelling van verzoekster dat de criteria (met name het omvangcriterium) niet meer zouden gelden onder de Waterwet volgt de voorzieningenrechter niet op grond van de Memorie van Toelichting bij de Waterwet. Is de verhouding benodigde oppervlakte gering dan kan naar het oordeel van de Afdeling – bijzondere omstandigheden daargelaten – niet worden gesteld dat de belangen van de rechthebbenden redelijkerwijs onteigening zullen vorderen. De door de rechter aan te leggen maatstaf of onteigening noodzakelijk is, is een terughoudende, gelet op de bewoordingen van artikel 5.24 van de Waterwet. |
|
Handreiking onteigening Titel IV 2010 |
|
Door de Crisis- en herstelwet is de procedure voor Titel IV onteigeningen ingrijpend veranderd. Het is niet langer de gemeenteraad die het besluit tot onteigening neemt en dit besluit ter goedkeuring aan de Kroon zendt. Voortaan moeten alle titel IV onteigeningen als verzoek van de raad naar de Kroon om tot onteigening over te gaan. Om gemeenten te ondersteunen heeft het ministerie van VROM een handreiking gepubliceerd. De handreiking bevat onder andere: - Een set formulieren die het de gemeente mogelijk maakt om bij de voorbereiding van een verzoek te controleren of aan de formele wettelijke eisen is voldaan. - Een overzicht van de procedures en beoordelingscriteria die de Kroon hanteert bij een verzoek.
Let op, de oude Handreiking onteigenen Titel IV geldt nog tot en met 8 november 2010.
Van Lanschot Nannenga Naus rentmeesters en juristen adviseren u graag over het opstarten van een administratieve onteigeningsprocedure. |
|
|
|
|
|