| Taxatie inbrengwaarde van gronden |
|
Het is belangrijk om de inbrengwaarde van gronden door een onafhankelijk deskundige te laten taxeren! De rechtspraak met betrekking tot het taxeren van inbrengwaarde van gronden blijft zich verder ontwikkelen. Uit een recente uitspraak met betrekking tot het exploitatieplan ‘Versteeglaan’ van de gemeente De Bilt blijkt maar weer dat de Afdeling groot belang hecht aan een raming van de inbrengwaarde gebaseerd op een schriftelijk, gemotiveerd advies van een onafhankelijk deskundige (ABRvS, 5 oktober 2011, klik hier voor de uitspraak). Ter zitting heeft de raad bevestigd dat aan de raming van de inbrengwaarde geen taxatie ten grondslag ligt die is uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige. In onderhavig geval is de inbrengwaarde geschat door een ambtenaar, welke geschatte waarde lager lag dan een door de raad overgelegd taxatierapport waarin een hogere waarde is getaxeerd. De Afdeling acht, onder verwijzing naar haar uitspraak van 9 februari 2011 (klik hier voor de uitspraak), een taxatie van de bij het exploitatieplan betrokken gronden door een onafhankelijke deskundige in beginsel aangewezen gelet op de te betrachten zorgvuldigheid. Het betoog van de raad dat de raming van de inbrengwaarde bij de herziening van het exploitatieplan kan worden aangepast vormt geen grond om van dit uitgangspunt af te wijken, nu de enkele omstandigheid dat het exploitatieplan kan worden herzien de raad niet ontslaat van de verplichting het eerste vastgestelde exploitatieplan met de te betrachten zorgvuldigheid voor te bereiden. Nu de raming van de inbrengwaarde van de gronden in het exploitatiegebied niet is gebaseerd op een schriftelijk, gemotiveerd advies van een onafhankelijk deskundige, waarin is uiteengezet op basis waarvan de inbrengwaarde is geraamd, heeft de raad de inbrengwaarde van de gronden geraamd in strijd met de vereiste zorgvuldigheid. Eerder heeft de Afdeling al uitgemaakt dat de vergelijkingsmethode een in het onteigeningsrecht gebruikelijke en geaccepteerde methode ter bepaling van de waarde is, als bedoeld in artikel 40b van de Onteigeningswet en dat deze methode ook ter bepaling van de inbrengwaarde kan worden gebruikt (ABRvS, 1 juni 2011, klik hier voor de uitspraak). Recentelijk heeft de Afdeling ook geoordeeld dat de zogenoemde residuele grondwaardeberekening als methode binnen het kader van artikel 6.13, lid 5 Wro teneinde de inbrengwaarde te taxeren op zich niet is uitgesloten (ABRvS, 10 augustus 2011, klik hier voor de uitspraak). Mijndert Rebel heeft in het magazine Voorgrond van de Nederlandse Vereniging van Rentmeesters (NVR) een artikel gepubliceerd over het taxeren van inbrengwaarden overeenkomstig de bepalingen van de Wro en het Bro. Klik hier voor het artikel. Voor verschillende opdrachtgevers hebben wij reeds taxaties van inbrengwaarden verricht. |