|
De belangrijkste kostenpost in een exploitatieopzet bestaat uit de raming van de inbrengwaarde van gronden (artikel 6.13 lid 1, sub c. Wro jo. artikel 6.2.3. Besluit ruimtelijke Ordening). Tot de kosten worden gerekend de waarde van gronden, de waarde van opstallen, de kosten van het vrijmaken van gronden en de kosten van sloop en verplaatsing. De waardering van de inbrengwaarde zal veelal geschieden op onteigeningsbasis.
Op grond van de Nota van toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening wordt het noodzakelijk geacht de inbrengwaarde te laten taxeren door onafhankelijke deskundigen. Wij adviseren u graag bij het taxeren van de inbrengwaarde voor een exploitatieplan. Gezien onze ruime ervaring van de taxaties op basis van de Onteigeningswet adviseren wij u ook graag over het taxeren van inbrengwaarden voor een exploitatieplan. Ook kunnen wij u adviseren over het juridisch begrip ‘inbrengwaarde’.
|